FREDERIKUSTSJERKE

DE HILLIGE FREDERIKUSTSJERKE FAN SLEAT

In feestlik en dochs besletten tsjerkegebou

Ûndersteand artikel is foar it aldergrutste part oernommen út it Friesch Dagblad (FD) fan 7 augustus 2002. It FD hat dit artikel gearstald op grûn fan oanlevere gegevens troch de Stichting Alde Fryske Tsjerken. De lêste alinea is taheakke troch de Stifting F.OE.T.

Sloten – De rooms-katholieke Fredericuskerk van Sloten is een betrekkelijk jonge kerk (1934), maar wel een met een rijke historie. Het kerkgebouw is kortgeleden geheel gerestaureerd en is in 1999 geplaatst op de monumentenlijst als zogenaamd ‘jong monument’.

De Heilige Fredericus, de patroonheilige van de kerk, was Fries van afkomst en bisschop van Utrecht van 820 tot 838. In dat laatste jaar kwam hij noodlottig aan zijn einde omdat hij in Maastricht vermoord werd op last van keizerin Judith, de echtgenote van Lodewijk de Vrome. De parochie staat nog steeds jaarlijks op 18 juli stil bij zijn sterfdag.

Sloten ontstond aan het vaarwater de Ee, waar dagelijks tal van skûtsjes doorkwamen op weg naar, of komend van de Zuiderzee. De datering van de kleinste van de elf Friese steden gaat terug tot de dertiende eeuw. In 1384 wordt Sloten voor het eerst vermeld in de annalen. In 1426 wordt zij als stad genoemd.
Het stadje had twee scheepswerven, een zeilmakerij, een leerlooierij en een jeneverstokerij. Binnen het stadje staan zeer fraai linden langs de gracht. Ze zijn in 1766 geplant en staan er dus al meer dan tweehonderd jaar.

Kerkelijk behoorde rooms-katholiek Sloten bij de parochie van Tjerkgaast, maar men had een eigen kapel. In 1580 ging de kerk over in handen van mensen van de Reformatie. In 1647 werd er op de fundamenten van de oude kerk een nieuwe gebouwd. Dit is de huidige hervormde kerk, die er nu nog steeds staat. Bij gebrek aan beter kerkte een kleine groep parochianen toen in een ‘huiskerkje’. In 1818 werd op het Harinxma-bastion, op de plaats van de huidige r.-k. kerk, een nieuwe kerk gebouwd onder auspiciën van het ministerie van Waterstaat en met medewerking van de protestantse gemeenschap ter plaatse. Dit godshuis kostte 3900 gulden en het orgel slechts 140 gulden. Opmerkelijk is dat het geld bijeen gebracht werd door vrijwillige giften, niet alleen van katholieken, maar ook van protestantse stadgenoten.
De parochie had tot dan toe geen eigen pastoor, maar werd bijgestaan door priesters die vanuit de omgeving naar de kerk kwamen. Een eerbiedig verzoek aan de vice-superior mgr. Ciamberliani in Münster ‘om een eigen pastoor; er mocht best wel wat aan de man mankeren, zoals een bochel of iets dergelijks’ werd het volgend jaar gehonoreerd: de eerste pastoor van de nieuwe parochie, pastoor J.A. ter Braake, had een hazenlip en was daardoor soms moeilijk te verstaan, zo is opgetekend in de geschiedenisboeken. Sloten had zodoende in 1819 weer een eigen priester. Rond 1850 werd de kerk versierd met nieuwe beelden van Maria, Jozef en de parochiepatroon Fredericus. Het godshuis werd in 1872 verfraaid met een toren en de inrichting gecomplementeerd met onder andere een kruisweg. Deze kerk bleek echter niet erg bouwwaardig en begon op den duur ernstige gebreken te vertonen. In 1933 kreeg architect Arjen Witteveen (1894-1952) uit Leeuwarden de opdracht om een ontwerp te maken voor een nieuwe kerk – de huidige – met een pastorie. Witteveen stond toen aan het begin van zijn carrière.

De in de negentiende eeuw toonaangevende bouwstijl van de katholieken, de neogothiek, begon in de eerste helft van de twintigste eeuw plaats te maken voor andere opvattingen. Onder invloed van voornamelijk Berlage werd de voorliefde voor historische bouwstijlen kleiner en kwamen er eigentijdse vormen voor in de plaats. Deze tendens wordt in de katholieke kerkbouw opgenomen door A.J. Kropholler. Zijn werk kenmerkt zich door eenvoudige vormen, gesloten muurvlakken en voor de herkenbaarheid kleine spitsboogramen. Baksteen is het voornaamste bouwmateriaal dat hij onbekleed toont. Witteveen combineerde in de kerk van Sloten elementen uit de traditionele bouwkunst met moderne verworvenheden. Eigentijds is de behandeling van de koorpartij. Door de muren hoger op te trekken dan het schip, benadrukte hij het belangrijkste gedeelte van de kerk en had hij de gelegenheid grotere ramen aan te brengen. Het interieur van de Fredericuskerk maakt een feestelijke en tegelijk besloten indruk door het gebruik van Friese gele bakstenen, afgewisseld met kleine accenten in groen geglazuurde steen en de kleine ramen, gevuld met gekleurd glas-in-lood. Het schip heeft een houten spitstongewelf, dat rust op gemetselde consoles. Het heeft een eenvoudige gesjabloneerde versiering.

Het hoogaltaar met tabernakel van gedreven koper en Maria-altaar zijn ontworpen in het atelier Brom te Utrecht. De kruiswegstaties in een soort frescotechniek zijn geschilderd door de bekende Friese kerkschilder Jacob Ydema uit Blauwhuis. De kerk heeft een complete inrichting van de jaren dertig, die de veranderingen na het Tweede Vaticaanse Concilie vrijwel geheel ongerept heeft doorstaan. De parochiekerk is betrekkelijk rijk aan zilveren sieraden, waarvan echter niet alles zich bevindt in Sloten. Een deel is onderdeel van de collectie van het Aartsbisschoppelijk Museum in Utrecht. Aanwezig zijn wel een zilveren wierookvat, een grote zilveren paaskaarshouder, zes verzilverde kandelaars uit de achttiende eeuw (zogenaamd Jezuïetenzilver), twee verguld-zilveren monstransen (om het H. Sacrament ten toon te stellen), kelken en cibories.

De kerk heeft een eenvoudig koperen doopvont. De kerkklokken zijn van na de Tweede Wereldoorlog. De oorspronkelijke klokken uit de oude toren werden in 1943 door de Duitsers geconfisqueerd. In 1948 goot de Fa. Van Bergen in Heiligerlee een nieuwe klok, terwijl in 1961 door dezelfde firma nog twee klokken werden geleverd. Te zamen laten deze drie klokken het Te Deum -motief (mi-sol-la) horen. In het najaar van 1998 zijn de luidklokken gerestaureerd.
Het (huis)orgel is in 2003 gekocht van de familie Smits in Joure. Dit orgel is gemaakt door orgelmakerij Gebr. Reil uit Heerde. Aanschaf van het orgel kostte de parochie 25.000 euro, exclusief vervoerskosten. De Stifting F.OE.T. Súdwest Fryslân (Fryske Oekumenyske Tsjerketsjinsten) heeft een forse bijdrage geleverd door hiervoor een bedrag van € 7.000,00 te schenken. Deze stichting heeft daartoe obligaties uitgegeven. De kerk van Sloten bevindt zich op dit moment in een perfecte staat; de laatste restauratie van de kerk was namelijk in 1994/1995. De kerk mag de eerste moderne katholieke kerk van Fryslân worden genoemd.

Gegevens van de H. Fredericusparochie in Sloten:
Parochie opgericht in: 1819
Aantal zielen van de parochie: ongeveer 120
Staat van de parochie: samenwerking met de parochies van Bakhuizen, Woudsend, Balk, Lemmer,
Joure en Sint-Nicolaasga onder meer op terrein van pastorale zorg.
Aantal vieringen: één keer per week een dienst.
Pastoor van de gemeente: pastoor W. Mulder.
Naast kerkdiensten ook: één keer per maand een Fryske Oekumenyske Tsjerketsjinst van de Stifting
F.OE.T. yn Súdwest Fryslân. .
Literatuur over de kerk: folder van de kerk door J.J. Falize (Uitgave van de rooms-katholieke
parochie Sloten).
Diverse publicaties van de Stichting Alde Fryske Tsjerken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.